HTML beschrijving element FORM


Handleiding HTML Legenda | HTML-elementen | Inhoud HTML | Inhoud CSS | Begin


Van het FORM element worden de volgende attributen beschreven: ACCEPT, ACCEPT-CHARSET, ACTION, ENCTYPE, METHOD, NAME en TARGET.

De beschrijving van de attributen CLASS, DIR, ID, LANG, STYLE en TITLE is opgenomen in het onderdeel Algemene attributen.

Een overzicht van attributen, die betrekking hebben op het uitvoeren van een script bij het optreden van een bepaalde gebeurtenis, wordt gegeven in het onderdeel Gebeurtenis-attributen.

Het gebruik van het FORM element wordt toegelicht in het onderdeel Formulieren in de Handleiding HTML.


FORM


HTML 2.0
IE 1.0
NN 1.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 2.1
Het FORM element definieert het begin en het einde van een formulier.
De opbouw is:

<FORM ..>

</FORM>


Aan het FORM element moet minimaal het ACTION attribuut worden toegevoegd.
Het FORM element wordt toegepast in combinatie met één of meer van de volgende elementen: INPUT, TEXTAREA en SELECT, waarbij elk ook meerdere malen gebruikt mag worden.
Een formulier kan ook tekst en bijvoorbeeld paragrafen en lijsten bevatten.
Binnen één document kunnen meerdere formulieren opgenomen worden. Ze moeten echter wel na elkaar geplaatst worden, want het is niet toegestaan een formulier binnen een formulier op te nemen.

DTD HTML 4.0: strict, transitional, frameset
Beëindiging: verplicht
Inhoud: in HTML 4.0 strict: één of meer SCRIPT elementen, of één of meer elementen op blokniveau met uitzondering van FORM;
in HTML 4.0 transitional: inline elementen en elementen op blokniveau met uitzondering van FORM;
Mag zijn opgenomen in: APPLET, BLOCKQUOTE, BODY, CENTER, DD, DEL, DIV, FIELDSET, IFRAME, INS, LI, MAP, NOFRAMES, NOSCRIPT, OBJECT, TD en TH
Vereiste attributen: ACTION
ACCEPT


HTML 4.0
IE -
NN -
MOZ -
FF -
OP -
Het ACCEPT attribuut geeft aan welke MIME-types (Content Types of Internet Media Types) door het script of programma op de server verwerkt kunnen worden bij het uploaden van bestanden met behulp van het TYPE attribuut van het INPUT element met de waarde "file". De browser kan deze informatie gebruiken, om niet overeenkomstige bestandstypen uit te filteren.
De opbouw is:

<FORM ACCEPT="waarde" ..>

De waarde is een lijst van MIME-types, welke door een komma zijn gescheiden.
ACCEPT-CHARSET


HTML 4.0
IE -
NN -
MOZ -
FF -
OP -
Het ACCEPT-CHARSET attribuut geeft aan welke karaktercoderingen geaccepteerd worden door het script of programma op de server dat het formulier afhandelt. Een karaktercodering is een methode voor het omzetten van een reeks karakters (welke de browser verstuurt) in een reeks bytes (welke de server ontvangt).
De opbouw is:

<FORM ACCEPT-CHARSET="waarde" ..>

De waarde is een lijst van karaktercoderingen, welke door een komma en/of een spatie zijn gescheiden.
De standaardwaarde voor dit attribuut is "UNKNOWN". Browsers kunnen deze waarde interpreteren als de karakterkodering, welke gebruikt is bij het verzenden van het document waarin het formulier is opgenomen.
ACTION


HTML 2.0
IE 1.0
NN 1.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 2.1
Met het ACTION attribuut wordt aangegeven waar de informatie uit het formulier heen gestuurd moet worden.
De opbouw is:

<FORM ACTION="URI">

</FORM>


De URI (Uniform Resource Identifier) heeft een opbouw, welke afhangt van de methode die gebruikt wordt om de informatie te verzenden. De volgende mogelijkheden zijn beschikbaar:
  • http (HyperText Transfer Protocol): de bestemming is meestal een CGI-script, PHP-script, of een programma dat de informatie uit het formulier moet verwerken
  • mailto: de bestemming is een e-mailadres, waar de informatie uit het formulier zonder tussenkomst van een CGI-script of een programma direct naar toe gestuurd moet worden
  • javascript: de bestemming is een JavaScript, dat op basis van de informatie uit het formulier voor een bepaalde actie moet zorgen.
Een http-URI heeft de volgende opbouw:

http://host/path

Host specificeert het adres van de server, waarop zich het CGI-script of programma bevindt. Het kan een IP-adres zijn, maar meestal is het de naam van de machine. Een machinenaam (ook wel domeinnaam) bestaat uit meerdere delen gescheiden door een punt, begint vaak met "www" en eindigt met een landcode (bijvoorbeeld "nl", "be", "uk") of de vooral in de Verenigde Staten gebruikte code voor de sector (bijvoorbeeld "com" voor commerciële instellingen en "org" voor non-profit organisaties).
Path geeft aan hoe het CGI-script of programma op de server gevonden kan worden: in welke directory en onder welke bestandsnaam.

Het is niet altijd nodig een complete URI op te nemen. Als het gevraagde bestand zich op de lokale server bevindt, dan volstaat de volgende URI:

path

Een mailto-URI wordt als volgt opgebouwd:

mailto:e-mailadres

Sommige browsers ondersteunen parameters, waarmee onder meer het onderwerp (subject) van het e-mailbericht kan worden vastgelegd:

mailto:e-mailadres?SUBJECT=onderwerp

Indien gebruik gemaakt wordt van een mailto-URI, moet het METHOD attribuut met de waarde "post" worden opgenomen.
De informatie uit het formulier wordt in het e-mailbericht op een weinig gebruiksvriendelijke wijze weergegeven: als één lange aaneengesloten regel tekst (waarbij elke spatie vervangen is door een + of door %20), of in de vorm van een attachment. Dat kan worden voorkomen door het ENCTYPE attribuut met de waarde "text/plain" aan het FORM element toe te voegen.

De mailto-URI wordt ondersteund door Microsoft Internet Explorer 4 en hoger, door Netscape Navigator 2 en hoger en door Opera 2.12 en hoger. De ondersteuning is echter niet altijd correct. Bij Internet Explorer 4 en 5 werkt de mailto-URI alleen goed als degene die het formulier invult, het bij de browser behorende e-mailprogramma (Outlook Express) standaard gebruikt. Bij de standalone versie van Netscape Navigator 4 (dus zonder dat het bijbehorende e-mailprogramma Messenger is geïnstalleerd) werkt de mailto-URI in het geheel niet. Door Opera wordt het ENCTYPE attribuut met de waarde "text/plain" niet ondersteund en is de inhoud van het bericht moeilijk leesbaar. Het toepassen van een mailto-URI wordt daarom afgeraden.

Een javascript-URI heeft de volgende opbouw:

javascript:code

In een URI moeten bepaalde karakters in gecodeerde vorm worden opgenomen. Zie voor een toelichting het onderdeel Hyperlinks.
ENCTYPE


HTML 2.0
IE 1.0
NN 1.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 2.1
Indien de waarde van het METHOD attribuut "post" is, specificeert het ENCTYPE attribuut het Content Type of Internet Media Type (MIME), dat gebruikt moet worden bij het coderen van de informatie van het formulier bij het verzenden.
De opbouw is:

<FORM METHOD="post" ENCTYPE="waarde" ..>

</FORM>


De standaardwaarde is "application/x-www-form-urlencoded". Wanneer het TYPE attribuut van het INPUT element met de waarde "file" gebruikt wordt, is de waarde voor het ENCTYPE attribuut "multipart/form-data". Bij gebruik van een mailto-URI in het ACTION attribuut is de waarde "text/plain".
Door Opera wordt het ENCTYPE attribuut met de waarde "text/plain" niet ondersteund.
METHOD


HTML 2.0
IE 1.0
NN 1.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 2.1
Met het METHOD attribuut wordt aangegeven op welke wijze de informatie uit het formulier verzonden moet worden.
De opbouw is:

<FORM METHOD="waarde" ..>

</FORM>


Mogelijke waarden zijn get en post.
Welke waarde moet worden gebruikt, hangt af van het script of programma op de server dat de informatie uit het formulier moet afhandelen.
Bij de waarde "get" wordt alle informatie (per control een combinatie van naam en waarde) aan de via het ACTION attribuut gespecificeerde URI toegevoegd. Het resultaat, dat in één keer naar de server wordt gestuurd, heeft de volgende vorm:

URI?naam=waarde&naam=waarde

De waarde "get" kan gebruikt worden als de verwerking van de informatie geen neveneffecten heeft. Dat is bijvoorbeeld het geval als het formulier gebruikt wordt om uitsluitend gegevens uit een database te halen (zoals bij zoekmachines). De informatie uit het formulier mag bij de waarde "get" alleen ASCII karakters bevatten (dus bijvoorbeeld geen é of ï).
Bij de waarde "post" wordt de informatie uit het formulier opgenomen in de body van een bericht, dat verzonden wordt naar de URI welke via het ACTION attribuut is gespecificeerd. Deze mogelijkheid wordt gebruikt als de verwerking van de informatie neveneffecten heeft. Bijvoorbeeld als de informatie een database moet wijzigen, of eraan moet worden toegevoegd. De informatie uit het formulier mag bij de waarde "post" ook non-ASCII karakters bevatten.
De standaardwaarde, welke wordt aangehouden als het METHOD attribuut niet is opgenomen, is "get".
NAME


HTML 4.01
IE 3.0
NN 2.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 3.0
Het NAME attribuut kan gebruikt worden om een naam aan een formulier te geven, zodat er naar verwezen kan worden vanuit scripts.
De opbouw is:

<FORM NAME="naam" ..>

</FORM>


De naam is hoofdletterongevoelig. Dat wil zeggen dat het niet uitmaakt of de naam in hoofdletters of in kleine letters wordt geschreven.
Het NAME attribuut is toegevoegd in HTML 4.01 omdat veel browsers het ID attribuut niet en het NAME attribuut wel ondersteunen als identificatiekenmerk voor verwijzingen vanuit scripts.
De attributen NAME en ID mogen alleen gelijktijdig voor hetzelfde FORM element worden gebruikt, indien ze dezelfde waarde hebben.
TARGET


HTML 4.0
IE 3.0
NN 2.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 2.1
Het TARGET attribuut kan gebruikt worden om aan te geven dat de respons van het formulier moet worden weergegeven in een frame met een bepaalde naam, of indien die naam niet bestaat, in een nieuw venster.
De opbouw is:

<FORM TARGET="naam" ..>

</FORM>


De naam van een frame wordt gedefinieerd via het NAME attribuut van het FRAME of het IFRAME element.
De naam moet beginnen met een hoofdletter of een kleine letter (A-Z of a-z). De browser moet een naam die begint met een ander karakter negeren. Een uitzondering geldt enkele voor-gedefinieerde framenamen, die beginnen met een underscore:
  • TARGET="_top"
    De URI wordt niet geopend in het frame waarin het aangeklikt wordt, maar in het hele venster van de browser.
  • TARGET="_self"
    De URI wordt altijd geladen in het frame waarin het aangeklikt is, ook als via het BASE element een andere vensternaam opgegeven is.
  • TARGET="_parent"
    De URI wordt geopend in de "parent" van het huidige frameset. Dat is het frameset van waaruit het huidige frameset is geopend. Juister gezegd: het huidige frameset wordt vervangen door het in de URI genoemde bestand. Indien er geen voorgaand frameset is, werkt deze naam als _self.
  • TARGET="_blank"
    De URI wordt altijd geopend in een nieuw venster van de browser.
Indien een naam opgegeven wordt die nergens is gedefinieerd, dan wordt de URI geopend in een nieuw venster.

Volgens HTML 4.0 is de naam hoofdletterongevoelig. Dat wil zeggen dat het niet uitmaakt of de naam in hoofdletters of in kleine letters wordt geschreven. In de praktijk maken alle belangrijke browsers als het gaat om de naam van een frame wel onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters. Je moet er dus voor zorgen dat je zowel in het TARGET attribuut van het BASE element als in het NAME attribuut van het FRAME of het IFRAME element exact dezelfde naam gebruikt.



Legenda | HTML-elementen | Inhoud HTML | Inhoud CSS | Begin

Handleiding HTML (http://www.handleidinghtml.nl/)
Copyright © 1995-2016 Hans de Jong
Laatste wijziging: 29 maart 2008