HTML beschrijving element FRAME


Handleiding HTML Legenda | HTML-elementen | Inhoud HTML | Inhoud CSS | Begin


Van het FRAME element worden de volgende attributen beschreven: BORDERCOLOR, FRAMEBORDER, LONGDESC, MARGINHEIGHT, MARGINWIDTH, NAME, NORESIZE, SCROLLING en SRC.

De beschrijving van de attributen CLASS, ID, STYLE en TITLE is opgenomen in het onderdeel Algemene attributen.

Het gebruik van het FRAME element wordt toegelicht in het onderdeel Frames in de Handleiding HTML.


FRAME


HTML 4.0
IE 3.0
NN 2.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 2.1
Het FRAME element bepaalt de inhoud en de weergave van een enkel frame.
De opbouw is:

<FRAME>

Het FRAME element heeft alleen attributen en geen inhoud. Een beëindiging is daarom niet toegestaan.

DTD HTML 4.0: frameset
Beëindiging: verboden
Inhoud: - (het element is leeg)
Mag zijn opgenomen in: FRAMESET
Vereiste attributen: -
BORDERCOLOR


HTML -
IE 4.0
NN 3.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP -
Met het BORDERCOLOR attribuut kan de kleur van de frameranden bepaald worden.
De opbouw is:

<FRAME BORDERCOLOR="waarde">

Mogelijke waarden zijn een kleurnaam en een RGB-waarde.
Voor het definiëren van de kleur zie Kleuren in HTML/CSS.
Bij Netscape Navigator en bij Microsoft Internet Explorer 5 werkt het BORDERCOLOR attribuut alleen bij 3-D frameranden, bij Microsoft Internet Explorer 4 ook bij "vlakke" frameranden.

Het BORDERCOLOR attribuut maakt geen deel uit van HTML 4.0. Er is op dit moment geen alternatief met behulp van stijlen.
FRAMEBORDER


HTML 4.0
IE 3.0
NN 3.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP (4.0)
Met het FRAMEBORDER attribuut kan bepaald worden of wel of geen frameranden weergegeven moeten worden.
De opbouw is:

<FRAME FRAMEBORDER="waarde">

Als waarden kunnen gebruikt worden 1 of 0.
Met de waarde 1 wordt tussen de frames de standaard 3-D rand geplaatst. De waarde 0 zorgt ervoor dat deze 3-D rand niet wordt weergegeven, maar omdat de ruimte tussen de frames daarbij niet ook wordt weggelaten, is het resultaat een "vlakke" rand. Om de frames direct zonder rand tegen elkaar aan te plaatsen, moet de ruimte tussen de frames op 0 pixels gesteld worden. Dat kan door de (overigens niet in HTML 4.0 opgenomen) attributen BORDER en FRAMESPACING aan het FRAMESET element toe te voegen en aan beide de waarde "0" te geven.
Door Netscape Navigator worden in plaats van de waarden 1 en 0 ook "yes" en "no" ondersteund, maar het gebruik ervan wordt afgeraden. Enerzijds omdat geen enkele browser problemen heeft met de in HTML 4.0 vastgelegde standaard, anderzijds omdat de waarde "yes" verkeerd geïnterpreteerd wordt door Microsoft Internet Explorer 3.
Opera 6 ondersteunt het FRAMEBORDER attribuut niet en geeft frameranden standaard vlak weer. In Opera 7 wordt het FRAMEBORDER wel weer ondersteund.
LONGDESC


HTML 4.0
IE -
NN -
MOZ -
FF -
OP -
Het LONGDESC attribuut specificeert een verwijzing naar een document, dat in aanvulling op de korte omschrijving door middel van het TITLE attribuut, een lange beschrijving van het frame bevat. Deze beschrijving is vooral nuttig voor bezoekers, die gebruik moeten maken van een niet-visuele browser (spraaksynthesizer, braille-apparaat).
De opbouw is:

<FRAME LONGDESC="URI" ..>

Voor een toelichting op de URI zie het SRC attribuut.
MARGINHEIGHT


HTML 4.0
IE 3.0
NN 2.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 3.6
Met het MARGINHEIGHT attribuut kan vastgelegd worden hoe groot de afstand moet zijn tussen de inhoud van een frame en de boven- en onderkant van het frame.
De opbouw is:

<FRAME MARGINHEIGHT="waarde">

De waarde is een getal dat de afstand in pixels aangeeft.
De waarde moet groter dan 0 zijn. De standaardwaarde hangt van de browser af.
MARGINWIDTH


HTML 4.0
IE 3.0
NN 2.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 2.1
Met het MARGINWIDTH attribuut kan vastgelegd worden hoe groot de afstand moet zijn tussen de inhoud van een frame en de randen aan de linker- en rechterzijde.
De opbouw is:

<FRAME MARGINWIDTH="waarde">

De waarde is een getal dat de afstand in pixels aangeeft.
De waarde moet groter dan 0 zijn. De standaardwaarde hangt van de browser af.
NAME


HTML 4.0
IE 3.0
NN 2.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 2.1
Met het NAME attribuut kan aan een frame een naam gegeven worden. Dit attribuut moet je gebruiken, indien je met behulp van het TARGET attribuut van bijvoorbeeld het A of het AREA element wilt bepalen in welk frame een URI geopend moet worden.
De opbouw is:

<FRAME NAME="naam">

De naam moet beginnen met een hoofdletter of een kleine letter (A-Z of a-z).
Volgens HTML 4.0 is de naam hoofdletterongevoelig. Dat wil zeggen dat het niet uitmaakt of de naam in hoofdletters of in kleine letters wordt geschreven. In de praktijk maken alle belangrijke browsers als het gaat om de naam van een frame wel onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters. Je moet er dus voor zorgen dat je zowel in het TARGET attribuut van de elementen A, AREA, BASE en LINK als in het NAME attribuut exact dezelfde naam gebruikt.
De attributen NAME en ID mogen alleen gelijktijdig voor hetzelfde FRAME element worden gebruikt, indien ze dezelfde waarde hebben.
NORESIZE


HTML 4.0
IE 3.0
NN 2.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 2.1
Door met de muis de balk tussen frames te verslepen, kan een gebruiker die frames vergroten of verkleinen. Je kunt die mogelijkheid uitsluiten door gebruik te maken van het NORESIZE attribuut.
De opbouw is:

<FRAME NORESIZE>
SCROLLING


HTML 4.0
IE 3.0
NN 2.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 2.1
Met het SCROLLING attribuut kan vastgelegd worden of in het betreffende frame schuifbalken worden weergegeven.
De opbouw is:

<FRAME SCROLLING="waarde">

De volgende waarden kunnen gebruikt: yes, no en auto.
Met de waarde yes worden de schuifbalken altijd weergegeven, met de waarde no worden de schuifbalken nooit weergegeven en met de waarde auto bepaalt de browser zelf of een schuifbalk nodig is. De standaardwaarde is auto.

De waarde yes wordt niet (meer) ondersteund door Netscape Navigator 6.0 en hoger, Mozilla en Firefox.
SRC


HTML 4.0
IE 3.0
NN 2.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 2.1
Met het SRC attribuut wordt bepaald welk document in het frame geopend moet worden.
De opbouw is:

<FRAME SRC="URI">

De URI (Uniform Resource Identifier) heeft de volgende opbouw:

http://host/path

Host specificeert het adres van de server, waarop zich het gevraagde bestand bevindt. Het kan een IP-adres zijn, maar meestal is het de naam van de machine. Een machinenaam (ook wel domeinnaam) bestaat uit meerdere delen gescheiden door een punt, begint vaak met "www" en eindigt met een landcode (bijvoorbeeld "nl", "be", "uk") of de vooral in de Verenigde Staten gebruikte code voor de sector (bijvoorbeeld "com" voor commerciële instellingen en "org" voor non-profit organisaties).
Path geeft aan hoe het gevraagde bestand op de server gevonden kan worden: in welke directory en onder welke bestandsnaam.

Het is niet altijd nodig een complete URI op te nemen. Wanneer geen speciaal bestand op de server gezocht wordt, is de volgende URI voldoende:

http://host

Bevindt het gevraagde bestand zich op de lokale server, dan volstaat de volgende URI:

path



Legenda | HTML-elementen | Inhoud HTML | Inhoud CSS | Begin

Handleiding HTML (http://www.handleidinghtml.nl/)
Copyright © 1995-2016 Hans de Jong
Laatste wijziging: 16 januari 2005