HTML Objecten


Handleiding HTML Inhoud HTML | Inhoud CSS | Trefwoordenregister | Begin


Inhoud onderdeel: Introductie objecten | Plug-ins en ActiveX controls | Afbeeldingen | Image maps | HTML-documenten | Java applets | QuickTime filmpjes | Macromedia Flash animaties | Geluidsfragmenten

Gerelateerde elementen: APPLET | BGSOUND | EMBED | NOEMBED | OBJECT | PARAM


Java applets

Een Java applet is een klein programma geschreven in de programmeertaal Java. Een applet kan op allerlei manieren extra functionaliteit op een webpagina bieden, bijvoorbeeld teksteffecten, navigatiemogelijkheden en spelletjes.

Een Java applet bestaat uit minimaal één bestand met de extensie ".class". De bestanden die samen het applet vormen kunnen ook opgenomen worden in een archief-bestand. Het standaard archief-formaat voor Java bestanden is "jar" (Java ARchive), maar ook gewone zip-bestanden worden ondersteund, mits de erin opgenomen bestanden niet zijn gecomprimeerd.

HTML 4.0 kent twee elementen om een Java applet in een document op te nemen: het tot nu toe algemeen gebruikte APPLET element en het OBJECT element dat in de toekomst het APPLET element moet gaan vervangen.

Het APPLET element wordt door alle gangbare zonder problemen ondersteund (mits in de instellingen van de browser de uitvoering van Java is toegestaan). Wat betreft de ondersteuning van het OBJECT element valt het volgende op te merken:

  • In Microsoft Internet Explorer 4.0 en hoger is de ondersteuning correct. Het CODEBASE attribuut wordt echter niet ondersteund en dat betekent dat het applet alleen wordt ingesloten als het zich in dezelfde directory bevindt als het HTML-document. Bovendien wordt het ARCHIVE attribuut niet ondersteund, waardoor het applet niet als archief-bestand kan worden opgenomen.
    Indien als alternatieve inhoud een tweede OBJECT element is opgenomen, geven de verschillende versies van Microsoft Internet Explorer beide objecten weer in plaats van slechts één.
  • Netscape Navigator 4 geeft het applet zelf goed weer, maar toont in sommige versies ook de alternatieve inhoud.
  • In Netscape Navigator 6.0 en hoger en in Mozilla is de ondersteuning correct. Het is wel noodzakelijk de attributen WIDTH en HEIGHT op te nemen.
  • Het insluiten van Java applets met behulp van het OBJECT element wordt niet ondersteund door Opera 4. In Opera 5.0 en hoger is de ondersteuning correct, alleen moet in Opera 6 het CODETYPE attribuut zijn opgenomen (waarbij het overigens niet uitmaakt wat de waarde van het attribuut is).

Wanneer je accepteert dat het applet niet wordt weergegeven in Netscape Navigator 3 en Opera 4, dan kun je het OBJECT element zonder problemen gebruiken voor Java applets. Je moet dan wel de attributen WIDTH, HEIGHT en CODETYPE opnemen en ervoor zorgen dat het gebruik van de attributen CODEBASE en ARCHIVE niet nodig is.


Wanneer je het APPLET element gebruikt om een Java applet in een document in te sluiten, dan geef je met het CODE attribuut aan om welke applet het gaat. Alleen de bestandsnaam wordt opgenomen, waarbij de extensie (.class) mag worden weggelaten. Het CODEBASE attribuut gebruik je, als het applet zich niet in dezelfde directory als het document bevindt. Het geeft aan waar (in welke subdirectory) het applet gevonden kan worden. De afmetingen van het applet moeten worden vastgelegd met de attributen WIDTH en HEIGHT.

Vaak moet voor het applet voor één of meer parameters een waarde opgegeven worden. Dat gebeurt met behulp van het PARAM element. Het NAME attribuut geeft aan om welke parameter het gaat, met het VALUE attribuut wordt de waarde vastgelegd. Of en welke parameters gebruikt kunnen of moeten worden, hangt af van het applet. De PARAM elementen worden geplaatst binnen het APPLET element.

Tussen de activering en de beëindiging van het APPLET element kan na de benodigde PARAM elementen ook een alternatieve inhoud opgenomen worden, voor als de browser Java niet ondersteunt of de ondersteuning door de bezoeker is uitgezet. In het volgende voorbeeld is met behulp van het IMG element als alternatieve inhoud een bewegende afbeelding (animated gif) opgenomen.

<P><APPLET CODE="FunScroll" CODEBASE="applet/" WIDTH="275" HEIGHT="100">
<PARAM NAME="font" VALUE="Helvetica">
<PARAM NAME="size" VALUE="13">
<PARAM NAME="delay" VALUE="80">
<PARAM NAME="bgcolor" VALUE="#336699">
<PARAM NAME="fgcolor" VALUE="#FFFFFF">
<PARAM NAME="frameWidth" VALUE="0">
<PARAM NAME="line0" VALUE="<20><size=36>Handleiding\nHTML<fade>">
<PARAM NAME="line1" VALUE="<30><fade>Een Nederlandse handleiding,\nbij het maken van HTML-pagina's.">
<PARAM NAME="line2" VALUE="<20><typed>Met de nieuwste mogelijkheden,\neen groot aantal voorbeelden,\nde ondersteuning door browsers\nen Cascading Style Sheets.">
<IMG SRC="applet1.gif" WIDTH="274" HEIGHT="99" ALT="" BORDER="0">
</APPLET></P>

Bekijk in een nieuw venster hoe het applet wordt weergegeven.

Wanneer de browser Java niet ondersteunt, krijgt de bezoeker de bewegende afbeelding te zien:


Het bestand dat via het CODE attribuut van het APPLET element is gespecificeerd en eventuele andere bestanden, welke deel uitmaken van het applet, kunnen ook opgenomen worden in een archief-bestand. Aan het APPLET element wordt in dat geval het ARCHIVE attribuut toegevoegd , met als waarde de naam van het archief-bestand. Het CODEBASE attribuut wordt aan het APPLET element toegevoegd, als het archief-bestand zich niet in dezelfde directory als het document bevindt. Het archief-bestand is een zip-bestand, maar de erin opgenomen bestanden mogen niet gecomprimeerd zijn. Door het gebruik van een archief-bestand kan de downloadtijd beperkt blijven, omdat alle benodigde bestanden in één keer aangevraagd worden.

Als voorbeeld wordt gebruik gemaakt van het iScroll applet.

<P><APPLET CODE="iscroll" CODEBASE="applet-zip/" WIDTH="480" HEIGHT="30" ARCHIVE="iscroll.zip">
<PARAM NAME="Notice" VALUE="Applet by www.CodeBrain.com">
<PARAM NAME="Text" VALUE="Handleiding HTML - een onmisbare hulp op het gebied van HTML en CSS - ">
<PARAM NAME="TextColor" VALUE="#FFFFFF">
<PARAM NAME="BackgroundColor" VALUE="#336699">
<PARAM NAME="VerticalBias" VALUE="0">
<PARAM NAME="FontName" VALUE="helvetica">
<PARAM NAME="FontStyle" VALUE="0">
<PARAM NAME="Speed" VALUE="25">
<PARAM NAME="Pause" VALUE="1000">
</APPLET></P>

Van de weergave van dit voorbeeld is een schermafdruk gemaakt.

Voorbeeld Java applet

Bekijk in een nieuw venster of het Java applet wordt weergegeven.


Wanneer je het OBJECT element gebruikt om een Java applet in te sluiten, moet je het CLASSID attribuut opnemen om te specificeren om welk object het gaat. De naam van het object wordt daarbij voorafgegaan door de aanduiding dat de gebruikte methode "java" is (en niet bijvoorbeeld "http") en de extensie ".class" wordt nu wel opgenomen. Met het CODETYPE geef je aan om wat voor soort object het gaat.
De parameters voor het Java applet worden vastgelegd met behulp van het PARAM element. Het NAME attribuut geeft aan om welke parameter het gaat, met het VALUE attribuut wordt de waarde vastgelegd. Welke parameters gebruikt kunnen of moeten worden, hangt af van het applet. De verschillende PARAM elementen worden geplaatst binnen het OBJECT element, vóór een eventuele alternatieve inhoud.

<P><OBJECT CLASSID="java:Bounce.class" WIDTH="275" HEIGHT="75" CODETYPE="application/java">
<PARAM NAME="message" VALUE="Handleiding HTML">
De browser ondersteunt het OBJECT element niet, of kan het Java applet niet insluiten.</OBJECT></P>

Bekijk in een nieuw venster of het Java applet wordt weergegeven.

Wanneer het applet zich niet in dezelfde directory bevindt als het HTML-document, moet je het CODEBASE attribuut opnemen, om aan te geven waar de bestanden zich bevinden. Bijvoorbeeld in de subdirectory "applet":

<P><OBJECT CLASSID="java:FunScroll.class" CODEBASE="objecten/" WIDTH="275" HEIGHT="750" CODETYPE="application/java">
<PARAM NAME="font" VALUE="Helvetica">
<PARAM NAME="size" VALUE="13">
<PARAM NAME="delay" VALUE="80">
<PARAM NAME="bgcolor" VALUE="#336699">
<PARAM NAME="fgcolor" VALUE="#FFFFFF">
<PARAM NAME="frameWidth" VALUE="0">
<PARAM NAME="line0" VALUE="<20><size=36>Handleiding\nHTML<fade>">
<PARAM NAME="line1" VALUE="<30><fade>Een Nederlandse handleiding,\nbij het maken van HTML-pagina's.">
<PARAM NAME="line2" VALUE="<20><typed>Met de nieuwste mogelijkheden,\neen groot aantal voorbeelden,\nde ondersteuning door browsers\nen Cascading Style Sheets.">
De browser ondersteunt het OBJECT element niet, of kan het Java applet niet insluiten.</OBJECT></P>

Bekijk in een nieuw venster of het Java applet wordt weergegeven.

Ook bij het OBJECT element kun je het applet in een archief-bestand plaatsen:

<P><OBJECT CLASSID="java:iscroll.class" CODEBASE="applet-zip/" WIDTH="480" HEIGHT="20" CODETYPE="application/java" ARCHIVE="iscroll.zip">
<PARAM NAME="Notice" VALUE="Applet by www.CodeBrain.com">
<PARAM NAME="Text" VALUE="Handleiding HTML - een onmisbare hulp op het gebied van HTML en CSS - ">
<PARAM NAME="TextColor" VALUE="#FFFFFF">
<PARAM NAME="BackgroundColor" VALUE="#336699">
<PARAM NAME="VerticalBias" VALUE="0">
<PARAM NAME="FontName" VALUE="helvetica">
<PARAM NAME="FontStyle" VALUE="0">
<PARAM NAME="Speed" VALUE="25">
<PARAM NAME="Pause" VALUE="1000">
De browser ondersteunt het OBJECT element niet, of kan het Java applet niet insluiten.</OBJECT></P>

Bekijk in een nieuw venster of het Java applet wordt weergegeven.

Omdat Microsoft Internet Explorer de attributen CODEBASE en ARCHIVE niet ondersteund, kun je bij gebruik van het OBJECT element het applet het beste in dezelfde directory plaatsen als het HTML-document en geen archief-bestand gebruiken.

Het in de voorbeelden gebruikte FunScroll applet is ontwikkeld door Jan Andersson, het iScroll applet door CodeBrain.com.


Vervolg: QuickTime filmpjes



Inhoud onderdeel | Inhoud HTML | Inhoud CSS | Trefwoordenregister | Begin

Handleiding HTML (http://www.handleidinghtml.nl/)
Copyright © 1995-2016 Hans de Jong
Laatste wijziging: 5 december 2004