HTML beschrijving element SCRIPT


Handleiding HTML Legenda | HTML-elementen | Inhoud HTML | Inhoud CSS | Begin


Van het SCRIPT element worden de volgende attributen beschreven: CHARSET, DEFER, LANGUAGE, SRC en TYPE.

Het gebruik van het SCRIPT element wordt toegelicht in het onderdeel Scripts in de Handleiding HTML.


SCRIPT


HTML 3.2
IE 3.0
NN 2.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 3.0
Het SCRIPT element wordt gebruikt voor het opnemen van scripts (JavaScript, Jscript, VBScript) in een document.
De opbouw is:

<SCRIPT ..>
.. scriptcode ..
</SCRIPT>


Het SCRIPT element mag meerdere malen in het document voorkomen, zowel in de head als in de body.
Om te voorkomen dat browsers die het SCRIPT element niet ondersteunen de inhoud weergeven, wordt deze meestal tussen de code voor commentaar (<!--   -->) geplaatst. De beëindiging van het commentaar moet je door twee slashes (//) vooraf laten gaan, zodat ook het script begrijpt dat het om commentaar gaat.

<SCRIPT ..>
<!--
.. scriptcode ..
//-->
</SCRIPT>


Aan het SCRIPT element moet minimaal het TYPE attribuut worden toegevoegd.

DTD HTML 4.0: strict, transitional, frameset
Beëindiging: verplicht
Inhoud: script data
Mag zijn opgenomen in: CAPTION, DD, DEL, DT, HEAD, INS, LEGEND, LI, TD en TH;
elementen op blokniveau met uitzondering van DIR, DL, MENU, OL, TABLE en UL;
inline elementen met uitzondering van MAP, SCRIPT, SELECT en TEXTAREA;
Vereiste attributen: TYPE
CHARSET


HTML 4.0
IE -
NN -
MOZ -
FF -
OP -
Met het CHARSET attribuut kan worden aangegeven, wat de karaktercodering is van het script waarheen het SRC attribuut verwijst. Een karaktercodering is een methode voor het omzetten van een reeks bytes (welke de server verstuurt) in een reeks karakters (welke de browser kan weergeven op het scherm).
De opbouw is:

<SCRIPT CHARSET="waarde" ..>

</SCRIPT>

DEFER


HTML 4.0
IE 4.0
NN -
MOZ -
FF -
OP -
Het DEFER attribuut kan gebruikt worden als een hint aan de browser, dat het script geen inhoud voor het document genereert (dus bijvoorbeeld geen gebruikt maakt van de document.write methode). De browser kan de uitvoering van het script op basis van die informatie uitstellen. Bijvoorbeeld tot het document geheel geopend is, of tot eventuele andere scripts zijn uitgevoerd.
De opbouw is:

<SCRIPT DEFER ..>

</SCRIPT>


In Microsoft Internet Explorer 4.0 en hoger heeft het DEFER attribuut effect op de volgorde van uitvoering van scripts. Het is echter niet zo dat scripts waarvoor het DEFER attribuut is opgenomen altijd pas als laatste worden uitgevoerd. Wanneer een document meerdere typen scripts bevat (inline/ extern, in de head/body van het document), blijkt de volgorde van uitvoering niet altijd voorspelbaar.
LANGUAGE


HTML 4.0
IE 3.0
NN 2.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 3.0
Het LANGUAGE attribuut wordt gebruikt om aan te geven welke scripttaal gebruikt wordt.
De opbouw is:

<SCRIPT LANGUAGE="waarde" ..>

</SCRIPT>


Mogelijke waarden zijn JavaScript, JavaScript1.x (waarbij de 1.x staat voor het versienummer van JavaScript) en VBScript.
De waarde JavaScript wordt vrij algemeen ondersteund. Of een waarde met versienummer ondersteunt wordt, hangt af van de browser:
  • JavaScript1.1: Microsoft Internet Explorer vanaf 4.0, Mozilla, Netscape Navigator vanaf 3.0, Opera vanaf 4.0
  • JavaScript1.2: Microsoft Internet Explorer vanaf 5.0, Mozilla, Netscape Navigator vanaf 4.0, Opera vanaf 4.0
  • JavaScript1.3: Mozilla, Netscape Navigator vanaf 4.0, Opera vanaf 4.0
  • JavaScript1.4: Mozilla, Netscape Navigator vanaf 6.0, Opera vanaf 5.1
  • JavaScript1.5: Mozilla, Netscape Navigator vanaf 6.0, Opera vanaf 7.5
Een script waarvoor een waarde is gebruikt die de browser niet kent, wordt in het algemeen genegeerd. Opera 3.x interpreteert de hiervoor genoemde waarden met versienummer als JavaScript (dus zonder versienummer) en probeert het script gewoon uit te voeren.

In HTML 4.0 heeft het LANGUAGE attribuut het label afgekeurd gekregen en als alternatief geldt het TYPE attribuut. Omdat niet alle gangbare browsers het TYPE attribuut ondersteunen, wordt aangeraden voorlopig beide attributen te gebruiken.
SRC


HTML 4.0
IE 4.0
NN 3.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 3.0
Het SRC attribuut wordt gebruikt om aan te geven in welk extern scriptdocument de scriptcode is opgenomen.
De opbouw is:

<SCRIPT SRC="URI" ..></SCRIPT>

De URI (Uniform Resource Identifier) heeft de volgende opbouw:

http://host/path

Host specificeert het adres van de server, waarop zich het gevraagde bestand bevindt. Het kan een IP-adres zijn, maar meestal is het de naam van de machine. Een machinenaam (ook wel domeinnaam) bestaat uit meerdere delen gescheiden door een punt, begint vaak met "www" en eindigt met een landcode (bijvoorbeeld "nl", "be", "uk") of de vooral in de Verenigde Staten gebruikte code voor de sector (bijvoorbeeld "com" voor commerciële instellingen en "org" voor non-profit organisaties).
Path geeft aan hoe het gevraagde bestand op de server gevonden kan worden: in welke directory en onder welke bestandsnaam.

Het is niet altijd nodig een complete URI op te nemen. Als het gevraagde bestand zich op de lokale server bevindt, dan volstaat de volgende URI:

path

Indien gebruikt gemaakt wordt van het SRC attribuut, moet de browser eventuele code, welke als inhoud van het SCRIPT element is opgenomen, niet uitvoeren.

Internet Explorer 3 crasht op externe scripts die proberen via document.write in het document te schrijven en Opera 4 crasht op externe scripts die een alertbox openen. De eerste versie van Opera 4 kan bovendien externe scripts niet openen als de bestandsnaam een streepje ("-") bevat.
TYPE


HTML 4.0
IE 4.0
NN 4.0
MOZ 1.0
FF 1.0
OP 7.2
Het TYPE attribuut wordt gebruikt om het Internet Media (MIME) type van de scripttaal te specificeren.
De opbouw is:

<SCRIPT TYPE="waarde">

</SCRIPT>


Voorbeelden van het MIME type zijn text/javascript voor JavaScript en text/vbscript voor VBScript.



Legenda | HTML-elementen | Inhoud HTML | Inhoud CSS | Begin

Handleiding HTML (http://www.handleidinghtml.nl/)
Copyright © 1995-2016 Hans de Jong
Laatste wijziging: 5 december 2004